Hardloopaandoeningen

Patellofemoraal pijnsyndroom (PFPS)

PFPS (runnersknee) komt het meest voor (ongeveer 20% van alle hardloopblessures).

Oorzaken en symptomen

Bij dit syndroom is het belangrijkste klacht pijn onder de knieschijf. Meestal is deze pijn eerst mild en treedt deze alleen tijdens hardlopen. In de loop van de tijd neemt de pijn toe. Wanneer u doorgaat met trainen, is de pijn ook in rust aanwezig. Ook het aflopen van een trap geeft klachten en lang zitten met gebogen knie is vervelend. Er is meestal geen structurele afwijking te herkennen op röntgenfoto, MRI of bij een kijkoperatie.

Hardloopklachten? Maak direct een afspraak

Belangrijkste oorzaken:

  • Als oorzaak van de pijn wijzen laatste onderzoeken naar een chronische prikkeling van de pijnzenuwen in de knie.
  • Als u een hiellanding heeft tijdens het hardlopen in plaats van een vlakke voetlanding, is de krachtimpact op het standbeen hoger. Dit geeft meer kans op een runnersknee.
  • Verzwakking van de heupspieren (abductoren en exorotatoren), vooral de heupstabilisatoren zorgt ervoor dat de heup tijdens de steunfase naar binnendraait en de bekkenhelft aan de kant van het zwaaibeen naar beneden zakt (hipdrop).
  • De sporing van de knieschijf in zijn groeve is verstoord, waardoor een verhoogde druk ontstaat op de gewrichtsvlakken en spanning op de omliggende structuren toeneemt.
  • Ook verzwakking van de m. vastus medialis (De binnenkop van de vierkoppige dijbeenspier en vergrote Q-hoek zorgen voor een hogere druk op de gewrichtsvlakken. Als de knie hierdoor naar binnendraait, neemt de druk op de iliotibiale band toe en zorgt dit voor meer trekkrachten op het buitenste deel van het kniekapsel.

Advies, behandeling en revalidatie

Het advies is het voorkomen van activiteiten die de pijn veroorzaken, zoals op de knieën zitten, belasten in gebogen houding.

Er mag onder de pijngrens worden hardgelopen. Mogelijke aanpassingen hierbij zijn:

  • inkorten van de afstand
  • het lopen met lagere snelheid
  • het lopen op zachtere ondergrond
    Dit houdt de knie gewend aan hardlopen en bevordert een functioneel herstel. Hierbij dient wel voldoende hersteltijd in acht te worden genomen met een gelijkmatige opbouw, dus bijvoorbeeld om de dag hardlopen. Verder is het advies de knie drie keer per dag gedurende tien minuten te koelen.
  • Bij verzwakte heupspieren is het van belang de heupstabilisatoren zowel op kracht als coördinatie goed te trainen. Dit geldt ook voor de binnenkop van de vierkoppige dijbeenspier. Voorbeelden van oefeningen zijn hierbij:
    • stand op één been
    • inbuig- en uitstapoefeningen

Iliotibiale bandsyndromen (ITBS)

De iliotibiale band (IT-band) verzorgt steun aan de buitenzijde van het standbeen, door het voorkomen van het dalen van het bekken aan de kant van het zwaaibeen.

Oorzaak en symptomen

ITBS wordt veroorzaakt door problematiek of afwijkingen in de houding, zoals een beenlengteverschil en O-benen. Bij het strekken van de heup kan het onderste gedeelte van de IT-band ’schuren’ over de verdikking van het bovenbeen. Door voortdurende wrijving kan weefselbeschadiging, ontstekingsreactie en lokale zwelling optreden. De pijn die hierbij hoort, treedt vrijwel alleen op tijdens het hardlopen en neemt dan progressief toe. Men voelt pijn ter hoogte van de knie (buitenzijde) en heel soms iets onder de heup.

Zwakke heupstabilisatoren verhogen het risico op ITBS: het bekken aan de kant van het zwaaibeen daalt (hipdrop) en er ontstaat een verhoogde spanning op de IT-band van het standbeen. Het naar binnendraaien van de heup brengt de IT-band verder op spanning. Een heuvel aflopen provoceert, evenals een trap op- en aflopen.

Advies, behandeling en revalidatie

  • Eerste hulp: koelen, ontstekingsremmer en massage (therapeutisch en zelf).
  • Laat het schoeisel en doe een loopanalyse.
  • Reduceer de loopactiviteiten (in ieder geval geen pijnprovocatie) en kies zo mogelijk tijdelijk voor een vlakke, zachte ondergrond.
  • Let op eenzijdige belasting door bijvoorbeeld steeds dezelfde ronde op een atletiekbaan of aan één kant van de weg te lopen.
  • Laat kijken naar de uitvoering van het trainingsschema (afstand, snelheid, variatie, opbouw).
  • Oefentherapie is gericht op:
    • Spierversterking (heup- en kniestabilisatoren)
    • Mobilisatie
    • Coördinatie
    • Specifiek: looptechniek
    • Wat betreft de looptechniek is het van belang dat er niet met te grote passen wordt gelopen en dat het landingsmoment onder het lichaamszwaartepunt plaatsvindt
  • Dynamische rekoefeningen

Peesplaatirritatie (Plantaire fasciitis)

De peesplaat is een stevige bindweefselplaat die als oorsprong de onderkant van de hiel heeft en zich uitstrekt langs de zool van de voet richting de tenen. Meestal is er een duidelijke drukpijn op de aanhechting.

Oorzaken en symptomen

Het beginstadium is vaak te herkennen aan stijfheid en pijn op de ochtend na een zware inspanning. Er is een lokale drukpijn aan de onderzijde van de hiel en lopen op blote voeten is gevoelig. Het ontstaat vaak door lange periodes van staan (’gewicht dragen’) en/of veel hardlopen. Onder niet-hardlopers kan plantaire fasciitis ontstaan door overgewicht.

Andere oorzaken kunnen zijn:

  • standafwijkingen van de voeten (bijvoorbeeld hol-, knik- of platvoeten)
  • overmatige beweging binnen de voet (bijvoorbeeld overpronatie)
  • een beperkte beweeglijkheid binnen de voet en verzwakte voetspieren
  • beperkte naar binnendraaiing van de heup, bekkenscheefstand, beperking SI-gewricht of lage rug
  • slechte schoenen: onvoldoende demping, afwikkeling en/of ondersteuning
  • beenlengteverschil
  • onvoldoende warming-up en cooling-down

Advies, behandeling en revalidatie

Advies bij de eerste symptomen:

  • de training aanpassen en eventueel een alternatieve inspanning
    lokale massage (bijvoorbeeld rollen over een golfbal of over een met ijskoud water gevulde fles) en lokaal koelen kunnen verlichting geven
  • met regelmaat rekken van de fascie
  • voetspierversterkende oefeningen
  • Controle van de (loop)schoenen
  • Verdere adviezen leest u op hielklachten en adviezen bij hielklachten.

Mediaal tibiaal stresssyndroom (shin splints)

Shin splints, in de volksmond beter bekend als scheenbeenvliesontsteking of springschenen is de term die ook wel wordt gebruikt voor het Mediaal Tibiaal Stress Syndroom (MTSS). Het is een botstressreactie die veroorzaakt wordt door overmatige trek van de spieren die aanhechten aan de binnenzijde van het scheenbeen. Van alle hardloopblessures valt 12 tot 18% onder de noemer MTSS. Verder komt MTSS voor bij sporters die veel springen.

Oorzaken en symptomen

MTSS veroorzaakt een doffe of zeurende en vermoeiende pijn in het onderste een derde deel van het been, aan de voor- en/of binnenzijde bij de schenen.

Fasen bij MTSS

In het verloop van MTSS kan men drie fasen onderscheiden.

  • Fase 1: In de eerste fase is er alleen sprake van een lichte pijn en stijfheid na de inspanning. Vervolgens is er ook pijn bij het begin van de inspanning, die weer verdwijnt als men enige tijd bezig is.
  • Fase 2: In de tweede fase geeft rust al weinig tot geen afname van de klachten meer. De pijnklachten zijn blijvend en worden heftiger. Er ontstaan vaak pijnlijke drukplaatsen aan de binnenzijde op en naast het scheenbeen.
    Over het algemeen is het zo dat de klachten het eerst aan de onderzijde van het onderbeen ontstaan en zich meer naar boven toe kunnen uitbreiden. Er zijn vaak ’kleine korreltjes’ op het bot voelbaar. Dit is een direct tastbaar gevolg van de irritatiereactie van het beenvlies.
  • Fase 3: In de derde fase is ook het normale functioneren (staan, lopen) sterk belemmerd. De pijn kan overheersende vormen aannemen, terwijl van een normale voet- en/of beenfunctie soms geen sprake meer is.

Mogelijke oorzaken van MTSS

MTTS kan verschillende oorzaken hebben, zoals:

  • Platvoeten of een voet die meer naar binnenkantelt
  • onderbenen die meer naar buiten staan
  • overbelasting door een verkeerde trainingsopbouw
  • slecht schoeisel (te weinig steun en/of schokdemping)
  • vaak op harde ondergrond lopen
  • lopen met gespannen voeten (opgetrokken tenen)
  • Overmatige rek op de spieren kan uiteindelijk de pijn veroorzaken. Er ontstaat overbelasting en vermoeidheid van de onderbeenspieren. Gevolg is dat de spieren schokken door hardlopen en springen niet meer goed kunnen opvangen. De schokabsorptie zal meer plaatsvinden in het bovenste deel van het scheenbeen. Het bot en het scheenbeenvlies raken daardoor overbelast op deze plek. Daarnaast trekken de spieren met forse kracht aan het scheenbeenvlies. Hierdoor ontstaan kleine scheurtjes in de aanhechting van de spier op het bot en in het scheenbeenvlies. Een onbehandelde MTSS kan soms uiteindelijk zelfs leiden tot een stressfractuur (vermoeidheidsbreuk of incomplete botbreuk) van het scheenbeen.

Achillespeesklachten

Achillespeesklachten komen bij 10% van de hardlopers voor. Vooral mannelijke hardlopers boven de 30 jaar lopen een risico op het krijgen van een chronisch achillespeesletsel. We kunnen diverse achillespeesaandoeningen onderscheiden. De meest voorkomende is achillespeestendinopathie.

Achillespeestendinopathie

Achillespeestendinopathie is een degeneratieve aandoening van de achillespees die vooral voorkomt bij mannen op hogere leeftijd. Deze uit zich in de vorm van een zwelling circa 1,5 tot 7cm boven de aanhechting van het hielbeen. Bij de achillespeestendinopathieën met een afwijking in het bovenste tweederde deel bevond 91% van de afwijkingen zich aan de binnenzijde van de pees.

Advies, behandeling en revalidatie

Van de patiënten herstelt 80% tot het oorspronkelijk belastbare niveau. De behandeling wordt zoveel mogelijk gericht op het aanpakken van de oorzaak. De behandeling kan zowel non-operatief als operatief zijn.

Non-operatieve behandelingen bestaan (afhankelijk van de oorzaak) uit:

  • relatieve rust en onbelaste bewegingen: binnen de pijngrens belasten
  • ontstekingsremmers zoals ibuprofen en diclofenac
  • ijs op de pijnplek na belasting (bijvoorbeeld met ijsklontje pijnlijke plek masseren)
  • massage
  • oprekken van de diepe kuitspieren, bijvoorbeeld met behulp van een elastische dynaband
  • stabiliteitsoefeningen, techniekverbetering
  • betere schoenen met meer demping (let op hardheid hielkap)
  • individuele supplementen (sportzooltjes) en eventueel hakverhoging (beiderzijds gebruiken)
  • Excentrische kuitspieroefening
    Ga met uw voorvoeten op een verhoging staan (bijvoorbeeld een traptrede) en kom met beide voeten op de bal van de voet. Zak dan in twee seconden beheerst op één voet omlaag, waarbij de hak voorbij de horizontaal moet doorzakken. Kom vanuit deze stand vervolgens weer met beide voeten omhoog en herhaal de oefening (drie series van tien tot vijftien
    keer, zowel met gestrekte als met gebogen knie).

Peesscheuring (partieel of totaal)

Bij een partiële ruptuur wordt er duidelijk een knap gevoeld en/of gehoord, waarna de voet niet goed kan worden afgewikkeld. De pijn is fors. Als de pijn juist meevalt, terwijl er wel een knap wordt gevoeld en/of gehoord en er ook duidelijk krachtsverlies en abnormale afwikkeling is, dan duidt dat op een volledige achillespeesruptuur.

Aanhechtingsklachten (Insertietendinopathie) en slijmbeursklachten (bursitis subcutanea retro-achilles)

Insertietendinopathie en bursitis subcutanea retro-achilles gaan vaak samen met een te harde hielkap van de schoen. Ze worden gekenmerkt door zeurende of scherpe pijn aan de achterzijde van de hiel tijdens het hardlopen en in de uren erna.

Bij een insertietendinopathie verdwijnt de pijn in lichtere stadia tijdens het inlopen en komt pas terug na het hardlopen. Er is lokale drukpijn dorsaal op de hiel.

Bij de onderhuidse slijmbeurs kan er sprake zijn van een lokale rode verdikking.

Bij de slijmbeurs onder de achillespees ontstaan klachten bij forse afzet en enkelbewegingen in het algemeen. Een repeterende druk door forse trainingsbelasting (bijvoorbeeld door techniekfouten) speelt een belangrijke rol.

Peesschedeontsteking

Peritendinitis ontstaat vaak door acute overbelasting (meer bij jonge atleten). Er treedt een pijnlijke algehele verdikking op van de achillespees met warmte en roodheid. De pijn is het ergst tijdens het lopen en er zijn mogelijk knarsende geluiden (crepitaties) te horen bij de enkelbeweging.

Instituut D&C is dé specialist in multidisciplinaire fysiotherapie in Hoorn bij hardloopblessures. Mail voor een afspraak info@fysiotherapieinhoorn.nl of neem contact op via het contactformulier